In hoofdstuk 5 wordt modulair programmeren besproken. Dit betekent dat een (te groot) programma wordt opgesplitst in modules of deelprogramma's. Deze modulaire aanpak kan ook gebruikt worden in alledaagse probleemsituaties. Bijvoorbeeld, de breuk 1188/6 wordt gesplitst in tweemaal 600/6 minus 12/6 (zie figuur hiernaast). Deze opsplitsing kan top-down gebeuren of bottom-up.

Een module is een zelfstandig onderdeel van een programma. Een module kan, los van de andere modules, onderhouden worden en eventueel hergebruikt in andere programma's. In oudere systemen betekende dit ook dat een module afzonderlijk kon gecompileerd worden.

In Excel VBA gebruikt men de terminologie: project, module en procedure (functie of subroutine). Een project is een verzameling van Excel-objecten, formulieren (zie hoofdstuk 8) en modules. Een module is een verzameling van procedures; dit zijn groepen instructies met een specifieke functie. Excel VBA kent twee soorten procedures: functies en subroutines. De meeste andere programmeertalen kennen alleen functies. Een functie is een benoemd onderdeel van een programma, dat een resultaatwaarde teruggeeft. Een subroutine geeft geen resultaat terug maar oefent zijn invloed uit door 'neven-effecten'.

Parameters kunnen op verschillende wijze worden doorgeven tussen procedures. Het onderscheid tussen ByVal en ByRef wordt uitgebreid besproken in het handboek. Daarnaast is er ook uitleg over het bereik van variabelen.

©  H. Schouppe
Laatste wijziging: 2004-05-12