| U bent hier: schouppe.net > computerlogica > objectgeoriënteerd programmeren > Excel objecten > application object |
Het Application object is het top-object uit de hiërarchie. Ieder ander Excel object moet u via dit Application object benaderen. Hieronder zijn enkele voorbeelden opgenomen ; klik op de driehoek om de oplossing te zien!
Schrijf de macro die het Excel-venster omschakelt van normaal
naar maximaal en omgekeerd. U kunt de macro eerst opnemen met de recorder en
nadien aanpassen.
Schrijf de functie die de naam van de actieve map, de
naam van het actieve werkblad en het adres van de actieve cel teruggeeft (in
één tekst).
Schrijf een
macro die de afbetaling van een lening berekent (met een in te geven kapitaal,
looptijd en rentevoet). Gebruik een werkblad-functie.
Schrijf de macro
die de vorm van de cursor verandert naar een zandloper. Vergeet nadien niet
de cursor vorm terug te herstellen.
Schrijf de macro
die het adres afdrukt van de geselecteerde cel(len). Tracht naderhand ook
het probleem op te lossen dat een gebruiker iets anders kan selecteren dan
een cel.
Schrijf de macro
die de "Bestand openen ..." dialoogbox toont, m.a.w. alsof u klikt op het menu Bestand
Openen ....
Het Application object telt vele eigenschappen en methoden. Enkele belangrijke zijn:
| ©
H. Schouppe Laatste wijziging: 2004-05-12 |