Net zoals bij het Workbook object, kent Excel hier enerzijds een WorkSheets object en anderzijds ook een Worksheet object. Enkele voorbeelden; klik op de driehoek om de oplossing te zien!

Druk het aantal werkbladen van de actieve map af. Probeer nadien ook het aantal bladen (werkbladen en grafieken) af te drukken.

Verander de naam van het actieve werkblad in "test". Pas nadien de code aan zodat er geen fout optreedt als u een bestaande naam zou willen gebruiken (zoek naar "on error" in de Help-file).

Selecteer het bereik dat alle data omvat; het zogenaamde "gebruikte gebied" of UsedRange.

Bescherm het actieve werkblad met een wachtwoord.

Druk de namen af van alle werkbladen in een map.

Verberg het actieve werkblad.

Plaats uw naam in de hoofding (center) van het actieve werkblad en druk dit werkblad af (preview). Gebruik een variabele om de naam van het werkblad te onthouden.
Sub voorbeeld7()
    Dim w As Worksheet
    Set w = Application.ActiveSheet
    w.PageSetup.CenterHeader = "testing"
    w.PrintPreview
End Sub

Het Worksheets object is een referentie naar alle werkbladen van een werkboek. Het Sheets object is een referentie naar alle bladen (dus ook bijvoorbeeld Charts) in een werkboek. U kunt een werksheet benaderen aan de hand van een index zoals in Application.ActiveWorkbook.WorkSheets(1); wat een referentie is naar het eerste geopende werkboek of aan de hand van een naam zoals in Application.ActiveWorkbook.WorkSheets("Blad1").

Het WorkSheet object telt vele eigenschappen en methoden. Enkele belangrijke zijn:

©  H. Schouppe
Laatste wijziging: 2004-05-12